|
Dat zegt directeur Pieternel Haspels van het Toon Hermans Huis Amersfoort, inloophuis voor kankerpatiënten en hun familie. Deze maand zijn ze als eerste in Nederland gestart met praatgroepen voor jongeren van boven de zestien met een ouder met kanker.
De laatste jaren is er wel meer aandacht voor de partners van mensen met kanker, maar eigenlijk is er nooit veel aandacht besteed aan hun kinderen, zegt Haspels. ‘Er is lang gedacht: die zitten in het gezin, dus die redden zich wel. Maar als je ernstig ziek bent en alle zeilen bij moet zetten om de behandeling vol te houden, is het erg moeilijk om ook nog voldoende aandacht te besteden aan je kinderen’
In Nederland worden ongeveer 9000 gezinnen met kinderen jaarlijks geconfronteerd met de diagnose kanker bij een van de ouders. Ruim een kwart van de kinderen heeft daardoor zoveel last van stress dat ze vlak na de diagnose van de ouder symptonen van posttraumatische stress ontwikkelen, blijkt uit onderzoek van het UMC in Groningen. Ook op langere termijn houden ze veel problemen, zoals lichamelijke klachten, slaapproblemen, angst, depressie en agressief gedrag.
‘Vooral adolescente meisjes hebben er last van’, zegt onderzoekster Gea Huizinga. ‘Zij nemen allerlei zorgtaken over in het gezin. Jongens van die leeftijd zeggen vaker: ik ga de hort op. Maar die meisjes voelen zich meer verantwoordelijk.’
Ouders hebben vaak de neiging hun kinderen zo min mogelijk te belasten met hun ziekte, vertelt ze. ‘Soms lopen ze ook thuis met een pruik op als ze kaal zijn, of willen ze in de badkamer niet meer met hun kinderen zijn omdat hun borst is geamputeerd. Maar dat wil niet zeggen dat kinderen er geen last van hebben.’
In de praatgroep delen jongeren hun ervaringen. ‘Veel jongeren voelen zich ontzettend eenzaam. Vaak willen ze er alleen over praten met iemand die ook zoiets heeft meegemaakt’. Soms vertellen ze op school helemaal niets over de ziekte van hun ouder. Ze willen niet buiten de groep vallen, of ze zijn bang voor de reacties van leeftijdgenootjes. Vaak zien we dat ze er alleen over praten met iemand die ook zoiets heeft meegemaakt.
‘Aan de andere kant willen kinderen soms ook een soort vrijplaats op school; eindelijk een plek waar níet over kanker wordt gepraat. Want in hun gezin gaat het de hele dag nergens anders meer over.’
Toch is nog niet duidelijk of alle kinderen geholpen zijn met groepsgesprekken, stelt onderzoeker Gea Huizinga. ‘Ze horen daar natuurlijk ook over de doemscenario’s. Niet ieder kind heeft daar behoefte aan.
Het inloophuis heeft al langer groepen voor jongere kinderen. ‘Bij hen komen problemen vaak sneller aan het licht’, zegt orthopedagoge Herma Bode, die de groep leidt. ‘Kinderen reageren directer dan pubers’
In de groepen kan het er heftig aan toegaan, aldus Bode. ‘Laatst hadden we een jongetje van 12. Zijn vader was al overleden aan kanker en nu vertelde hij huilend dat zijn moeder ook aan kanker dood zou gaan. Vervolgens zag je dat die anderen hem gingen troosten. Dat heeft echt een meerwaarde, als andere kinderen dat doen’. « Ga Terug
|